home

Architectuur in nijmegen oost

Een wandeling door de tijd tussen 1880 en 1940…

De neostijlen

Deze stijlen werden zo genoemd vanwege het opnieuw gebruiken van stijlelementen uit de gotiek (13e en 14e eeuw) en de renaissance (15e en 16e eeuw). De neogotiek werd vooral toegepast tussen 1880 en 1890, de neorenaissance of het neoclassicisme tussen 1890 en 1910. De kenmerken: het basismateriaal was rode baksteen, aangevuld met natuurstenen elementen. Soms werden grote vlakken wit gestuukt. De daken waren gedekt met grijze leisteen of met dakpannen. Villa’s en herenhuizen waren rijkelijk voorzien van torentjes , balkons, erkers, serres of veranda’s en dakkapellen, alles overdadig versierd. Tegen de gevelwand pilaren of hoekpilasters, o.i.v. de renaissance. Kenmerkend zijn de brede, horizontale, wit gepleisterde banden, de zogenaamde speklagen, tussen vlakken van baksteen. In Nijmegen vermengt deze stijl zich soms met de Zwitserse chaletstijl, herkenbaar aan het houten latten- of vakwerk, voornamelijk hoog in de gevel. De volks- of middenstandswoningen hebben eenvoudiger decoraties. Soms speklagen, maar ook smalle banden van in kleur afstekende, meestal gele baksteen. Arbeidershuisjes waren klein en eenvoudig en werden volgens de traditie gebouwd, meestal ontworpen door timmerman-aannemers Er kwam zelden een echte architect aan te pas. Een enkele rijke industrieel liet huurwoninkjes zetten voor zijn personeel, in de buurt van zijn bedrijf. Langzamerhand kwamen er woningbouwverenigingen, die zich bekommerden om het welzijn van de arbeidersbevolking (bijv. Hulpbetoon sinds 1887 of Op Hoop Van Zegen).

De voordeur: een enkele of dubbele, brede deur. Vaak met fraai opengewerkte, gietijzeren sierroosters voor het vensterglas in de deur.

Vensters: villa’s en herenhuizen. Hoge ramen, soms met een halfronde boog erboven of afgewerkt met een klassiek timpaan. Rondom afgezet met forse blokken witgepleisterde natuursteen. De eenvoudiger huizen hebben boven het raam een platte boog van verticale bakstenen. In het midden en soms ook aan de uiteinden een sluitsteen van natuursteen. De middensteen soms versierd met bladmotief of een hoofdje. In de ruimte tussen de boog en het raam siermetselwerk in verschillende kleuren en patronen baksteen.

Tuinhekken van giet- of smeedijzer. Een gesmeed hekwerk siert soms ook de nok van het dak.