home

Architectuur in nijmegen oost

Een wandeling door de tijd tussen 1880 en 1940…

De periode tussen 1910 en 1930

Tussen 1910 en 1930 werd de volgende schil bebouwd en verschenen de nieuwe zijstraten tussen de uitvalswegen naar Ubbergen, Berg en Dal en Groesbeek. De toen nog grote ruimte tussen de villa’s en her en der gelegen groepjes burger- en arbeidershuizen werd gaandeweg opgevuld. Ten oosten van de Hugo de Grootstraat werd de buurt volgebouwd tot aan het Patersbos. De schildersbuurt groeide uit tot een volledige wijk. De bebouwing werd voortgezet tot aan de Broerdijk. Aannemers en bouwkundigen van burgerwoningen lieten zich deels inspireren door architecten, die met de tijd meegingen en bouwden naar de ideeën van De Amsterdamse School. Bouwverenigingen trokken soms zelfs bekende architecten aan. Huur- en koopwoningen wisselden elkaar af, net als huizen voor grote en kleine gezinnen. Arbeidershuisjes werden beter van kwaliteit. Overigens had bijna geen enkel huis een badkamer. Wel was vrijwel elk pand in 1925 op het riool aangesloten. Van een duidelijke in het oog springende stijl is bij de meeste huizen geen sprake. Toch zijn er elementen waaraan de toen gebouwde huizen goed zijn te herkennen.

De gevel: ook nu weer van baksteen. Opvallend, vooral na 1920 is het decoratieve gebruik ervan. Hele vlakken, bijv. als accent boven deur of raam werden opgevuld met verticaal gemetselde stenen. Pilasters in reliëf. Decoratieve patronen in reliëf breken soms de gevelwand.

De voordeur oogt degelijk en is sober versierd met een enkele horizontale of verticale rand.

De vensters zijn eenvoudig, maar het glas-in-lood in de bovenlichten blijft. Alleen nu met geometrische figuren in uiteenlopende vormen en kleuren.

Tuinhekken zijn een combinatie van stenen muurtjes en pilaren met daartussen een hekwerk van houten latten of metalen buizen.

Balkons en pinanten met metselwerk in verschillend verband, open en gesloten of met verspringende stenen. Een enkel versierend element d.m.v. zwart gekleurde baksteen.