home

Architectuur in nijmegen oost

Een wandeling door de tijd tussen 1880 en 1940…

Het ontstaan van Nijmegen Oost tussen 1880 en 1935

Dat plan lukte wonderwel. Welgestelde families kwamen in groten getale af op de schoonheid van het omliggende heuvelland. Op de plaats van de oude vestingwallen en de gracht werden boulevardachtige singels ontworpen, met veel ruimte voor de nieuwe Nijmegenaren. De al bestaande uitvalswegen werden verbeterd en verder beplant met bomen. De forten Sterrenschans en De Verbrande Molen (nog maar net opgetrokken op de plek van de inmiddels afgebrande molen aan de Berg en Dalseweg) en fort Kijk-in-de-Pot werden afgebroken.

Al in 1880 werd de eerste villa gebouwd aan de toen nieuwe Nassausingel. Hele straten, zoals de Straalmanstraat of de Graadt van Roggenstraat, verrezen binnen één, twee jaar. De bedrijvigheid in de buurt was enorm. Karren vol materialen reden af en aan uit de wijde omgeving. Er was eindelijk voldoende werk. Veel rijke families volgden en binnen een kleine twintig jaar waren de singels en uitvalswegen bebouwd met chique villa’s en fraaie herenhuizen. Stukken grond buiten het centrum werden overgenomen van landeigenaren, dus volgden percelen min of meer het oude verkavelingspatroon. Herenhuizen werden in de loop der jaren tegen elkaar aan gebouwd. Villa’s stonden vaak op flinke stukken grond, met name langs de Berg en Dalseweg. Het zou soms vele jaren duren voor de aangrenzende grond verkocht werd en ze naaste buren kregen. Langs de Berg en Dalseweg werden rond 1890 ook drie cafés gebouwd. Uitspanningen langs de weg naar toen al toeristische trekpleisters als Beek en Ubbergen, Berg en Dal en Groesbeek. Op nr.33 Café Buitenlust (Trianon), op nr.200 Café Rust (The Shuffle) en op nr.359 Café Hengstdal (Tante Koosje).

De verdere invulling van de wijk.

Het zou niet lang blijven bij villa’s, herenhuizen en uitspanningen met schaduwrijke terrassen. Een enkele filantropisch ingestelde industrieel en de toen nieuwe woningbouwverenigingen bouwden, verspreid over de wijk, groepjes eenvoudige arbeidershuisjes. Bijvoorbeeld de nog bestaande aan de Ten Hoetstraat (1874), de huisjes aan de Dr. Cl. Noorduynstraat(1890) en de onlangs gerenoveerde woningen aan de Singendonck-, van Lynden- en Vonckstraat(1895). Tussen de hoofdstraten kwamen dwarsstraten, veelal bebouwd met huizen voor de gewone man. Natuurlijk volgden in alle buurten al gauw winkeltjes en bedrijfjes, waarvan vele nog als zodanig herkenbaar zijn aan de gevel. Her en der zijn nog de brede, hoge poorten te zien, waarachter plaats was voor paard en wagen, opslag- en werkruimte voor bijvoorbeeld de stukadoor of metselaar, een wasserij of koetsenverhuurder.